Browsed by
Month: juni 2010

De garanties bij verkoop van comsumptie-goederen

De garanties bij verkoop van comsumptie-goederen

… Dit is de titel van een nuttige brochure gerealiseerd door de FOD Economie, ter attentie van het grote publiek opdat zij beter de wettelijke garanties en de rechten zouden kennen als er zich een probleem voordoet bij aankoop van, bijvoorbeeld een wasmachine, een strijkijzer of elk ander product verkocht met garantie.  Deze brochure geeft de stand van zaken, op wettelijk vlak en geeft eveneens antwoorden op 36 veel gestelde practische vragen.

U kunt de brochure downloaden op de site:
http://economie.fgov.be/nl/modules/publications/general/bescherming_van_de_consumenten_bij_de_verkoop_van_consumptiegoederen.jsp

Hospitalisatie : geen supplementen meer voor tweepersoonskamers

Hospitalisatie : geen supplementen meer voor tweepersoonskamers

Sinds 1 januari 2010, hebben de ziekenhuizen niet meer het recht om supplementen aan te rekenen voor tweepersoonskamers.  Dit was reeds het geval voor gemeenschappelijke kamers met meer dan twee bedden.  Een kamersupplement mag enkel worden aangerekend voor een opname in een eenpersoonskamer, als de patiënt schriftelijk in het opnameformulier gevraagd heeft om in een eenpersoonskamer te worden opgenomen.    Niettemin, zelfs voor een individuele kamer, mag geen enkel supplement geëisd worden als :

–      een eenpersoonskamer noodzakelijk is om gezondheids- of technische redenen ;

–      andere kamertypes niet beschikbaar zijn ;

–      een kind vergezeld is van een ouder ;

–      de ziekenhuisopname het gevolg is van een opname in intensive care- of spoedgevallen, buiten de wil van de patiënt om.

Opgelet : Niet-geconventioneerde artsen mogen altijd ereloonsupplementen aanrekenen, ongeacht het kamertype. Herinnering : De getuigschriften voor verstrekte hulp zijn slechts terugbetaalbaar gedurende twee jaar vanaf het einde van de maand waarop ze zijn opgemaakt.

Nieuwe voordelen voor de rechthebbenden op het Omnio- of RVV statuut

Nieuwe voordelen voor de rechthebbenden op het Omnio- of RVV statuut

Mensen met een laag inkomen die recht hebben op het Omnio- of RVV statuut (de twee kunnen nooit gecumuleerd worden) kunnen genieten van verhoogde tegemoetkomingen voor geneeskundige zorgen, geneesmiddelen, en betalen geen (of minder) remgeld in geval van hospitalisatie.  Maar er werden nieuwe maatregelen genomen en deze twee statuten bieden voortaan nog andere voordelen, zoals vermindering voor het openbaar vervoer, voordelige tarieven bij sommige telefoonbedrijven, weinig of geen provincie- of gemeentebelasting …  Het is de rechthebbenden op het Omnio- of RVV statuut aangeraden inlichtingen in te winnen bij hun ziekenfonds om recente informatie in te winnen.

Michael Thio wordt de XVe Algemeen Internationaal Voorzitter

Michael Thio wordt de XVe Algemeen Internationaal Voorzitter

Tijdens de buitengewone algemene vergadering die op 1 juni laatstleden plaats vondt, heeft de internationale Bondsstaat van de Vennootschap van Sint-Vincentius a Paulo haar nieuwe Algemeen Internationaal Voorzitter gekozen. Het is Michael Thio die, met 87% van de stemmen, de verkiezingen heeft gewonnen. Hij zal in functie treden op 27 september 2010 voor een mandaat van zes jaar.

Michael Thio, gekozen voorzitter; P.R. Gay en José Ramon Diaz-Torremocha, fungerend voorzitter

De voornemens van de nieuwe voorzitter zijn de volgende: verder zoeken en versterken van de internationalisatie van de Vereniging ; een marketing- en communicatie-initiatief opstarten om de Vereniging te promoten en beter bekend te maken, hetgeen eveneens ten goede zou komen voor het aanwervingsprogramma van nieuwe leden, vooral jongeren ; onze diensten en ons apostolaat uitbreiden naar nieuwe domeinen en landen ; en een processus van systemische verandering aanmoedigen; onze medewerking uitbreiden met andere leden van de Vincentiaanse Familie en andere katholieke en christelijke missie- en liefdadigheidsorganisaties ; de spirituele vorming van de leden en de verantwoordelijken intensifiëren met ontwikkelings- en vormingsprogramma’s.  De Stichting « Bailly & Lallier » zal er toe bijdragen ; een sterke en gezonde financiële situatie behouden om de Confederatie toe te laten levensvatbaar te zijn en de globale hulp verder te zetten voor de minstbedeelden ; werken aan de officiële vestiging van de Vereniging in de Volksrepubliek China die meer dan 1,3 miljard inwoners telt, hetgeen ons de grote opportuniteit geeft onze hele ziel te leggen in ons apostolaat ; werken aan de aanwerving en ontwikkeling van jongeren opdat ze zouden kunnen deelnemen aan de groei en het welbehagen van de Vereniging ; een sterke en gezonde relatie in stand houden met de Hiërarchie van de Kerk en opkomen voor de verdrukten en de armen, de Rechten van de Mens laten eerbiedigen om de menselijke waardigheid weer in te voeren en te behouden.

Vincentius achterna in zijn liefde, compassie, barmhartigheid en professionaliteit. (1/4)

Vincentius achterna in zijn liefde, compassie, barmhartigheid en professionaliteit. (1/4)

Onder deze titel, geeft Br. René Stockman – Generale Overste Broeder van Liefde – zijn bedenkingen over de spiritualiteit van sint Vincentius a Paulo en de gevolgen van onze manier van werken van vandaag als lid van de Sint-Vincentiusvereniging.  Wij stellen u ruime uittreksels voor, die wij samengebundeld hebben onder vier thema’s en waarvan u het eerste hieronder vindt.  De drie andere thema’s zullen telkens volgen.



“We moeten over het wezen van de caritas duidelijkheid scheppen, zodat we ze niet verwarren met algemeen sociaal werk.   Caritas is de liefde van God die zich tot de arme mens richt in de persoon van Jezus Christus.  Wie zich in liefde tot de Heer bekeert, richt zich dus, zoals Hij, liefdevol tot de mens om hem uit zijn geestelijke en stoffelijke ellende te halen”.  Met deze woorden geeft de heilige Vincentius a Paulo sterk weer waar het in de caritas om gaat.  Hij gaat onmiddellijk naar de kern van de zaak, namelijk Jezus ontmoeten in de persoon van de arme en zelf als Christus zijn voor de arme.

Hoe we vanuit dit vincentiaans gedachtengoed onze inzet voor medemensen in nood kunnen invullen ?  We stellen ons eerst de vraag hoe Vincentius de caritas zag en vervolgens proberen we een eigen invulling te geven van het begrip caritas, om na een theologisch intermezzo deze caritas concreet in te vullen in termen van vandaag.

Bij Vincentius gaat het om caritas nieuwe stijl.

Zoals in de inleiding aangegeven gaat het bij Vincentius steeds om Jezus: Jezus ontmoeten in de armen en zelf als Jezus zijn voor de armen.  Dit maakt het onderscheid tussen de filantropie en de caritas.  “Jezus is eredienst tegenover de Vader en liefdedienst tegenover de mensen”.  Bij Vincentius staan eredienst en liefdedienst steeds op dezelfde lijn, ze vloeien in mekaar over.

Maar steeds vertrekt hij vanuit een diep Godsvertrouwen.  Vincentius probeert in alles de hand van God te zien en hecht een heel sterk geloof in de Voorzienigheid.  “God is een liefhebbende Vader die alles ten goede leidt”.  Vandaar zijn gevleugelde uitdrukking: “Laten we wandelen met de Voorzienigheid, niet te vlug en niet te traag”.  Het viel inderdaad op dat Vincentius soms heel vlug was in het nemen van beslissingen, omdat hij voelde dat het de juiste tijd was, en andere momenten aarzelde, omdat het voor hem nog niet duidelijk was.  “De genade heeft haar tijd”, was dan zijn antwoord.  Het is vanuit een intens gebedsleven dat Vincentius naar de werkelijkheid probeert te kijken.

Dat onvoorwaardelijk godsvertrouwen vereist een houding van zelfverloochening, een bewust weigeren zichzelf op de eerste plaats te zetten.  Nederigheid wordt voor Vincentius dan ook de hoeksteen van zijn spiritualiteit, de bron van alle andere deugden.  En met de nederigheid verschijnt de eenvoud, die eenvoudige levensstijl om zo toegankelijk te zijn voor de armen.  Voor Vincentius betekende eenvoud eveneens de waarheid spreken, in de waarheid leven met zichzelf en de anderen, de waarheid liefhebben.

En zo komt hij tot de kern van de caritas: het is Christus zelf die we in de armen dienen.  “De Armen zijn onze Heren en Meesters”, woorden die hij haalt bij de H. Camillus de Lelis maar die hij tot de zijne maakt en ze als het ware radicaliseert en incarneert.  Hiermee gaat hij duidelijk in tegen een heersende mentaliteit dat de armen vanuit de hoogte worden geholpen, en eigenlijk constant vernederd worden.  Die omkering van mentaliteit is volgens Vincentius slechts mogelijk wanneer we zelf nederig en eenvoudig worden.  Dan pas zullen we de armen kunnen zien als onze Meesters: meesters die we moeten dienen en meesters van wie we iets te leren hebben.  “De Armen zijn de iconen van Christus”, was een andere geliefde uitdrukking van Vincentius.  “Als je tien maal naar de armen gaat, zal je tien maal God ontmoeten”. “Een arme plattelandsbewoner of een arme vrouw mag ik niet beoordelen naar hun uiterlijk, noch naar hun verstandelijke ontwikkeling.  Door hun ruwheid, hun fysieke en intellectuele capaciteiten slaan ze maar een pover figuur.  Maar, draai de medaille om.  In het licht van het geloof zie je de Zoon van God die arm wilde zijn en door die armen vertegenwoordigd wordt”.  Het is een revolutionaire visie die nog steeds in de harten moet doordringen en onze caritas grondig omvormen.

De caritas nieuwe stijl van Vincentius kunnen we derhalve als volgt samenvatten:

•       Caritas is de vertaling van Gods liefde in de wereld.  Het is een dynamisch proces dat uitgaat van de liefdevolle grondhouding en over medelijden in concrete werken van barmhartigheid geuit wordt.  “Het medelijden van de Heer moet in ons overvloedig aanwezig zijn.  We moeten ons daarom in de eerste plaats sterk door het leed van de medemens aangesproken voelen.  Dan moet dat medelijden ook naar buiten toe zichtbaar worden, naar het voorbeeld van onze Heer Jezus die over Jeruzalem, de door onheil bedreigde stad, weende.  Ten derde moet uit onze woorden aan de mensen die lijden, tot uitdrukking komen dat we ons kunnen inleven in hun ellende.  Ten slotte moet je ze, zo goed je kan, helpen en proberen hen uit de narigheid te halen.  Die helpende hand moet bezield zijn door onze liefde.  Liefde maakt het mogelijk dat we niemand kunnen zien lijden zonder ook met hem mee te lijden.  De liefde opent het hart van de één voor de andere en laat hem aanvoelen wat de ander ervaart.”

•       De caritas vraagt dat we op een hartelijke en geduldige manier de andere helpen.  “Zusters, zorgt ervoor de zieken met grote hartelijkheid te dienen.  Lijdt met hen mee en luistert als een moeder zelfs naar hun geringste klachten.”

•       De zorg moet ook een mensgerichte zorg zijn, ruimer dan alleen maar aandacht voor de lichamelijke klachten.  Vandaag zouden we spreken van een holistische zorg.

•       Geduld is een heel belangrijke eigenschap in de zorg.  Vincentius geeft hierbij het voorbeeld van een zekere Zuster Angiboust :”Zuster Angiboust toonde een groot geduld als de gevangenen op de galeien, die zij moest verzorgen, hun kwade luimen op haar botvierden.  Als de gevangenen soms soep en vlees dat zij hun bracht, op de grond gooiden en hun geprikkeldheid uitten in verwijten tegen de zuster, raapte zij alles zonder meer op en bleef vriendelijk tegen hen alsof er niet was gebeurd.  En als iemand de gevangenen wilde slaag, dan kwam zij tussenbeide.  Zo kunnen we van zuster Angiboust leren hoe we ons te gedragen hebben tegenover de armen die we dienen”.

•       De zorg moet ook steeds gepaard gaan met een grote aandacht voor details.  Ook hier krijgen we een echte les van Vincentius in zijn reglement van de caritasverenigingen waarin hij in detail omschrijft op welke manier de zieken moeten bezocht worden, raadgevingen die hij herhaalt naar hen die de zieken moeten verzorgen.  “Diegene die van dienst is, zal het middagmaal klaar maken en het naar de zieke brengen.  Ze zal hem eerst hartelijk groeten, het tafeltje op het bed plaatsen, een servet op het tafeltje leggen, er een beker, een lepel en brood op leggen.  Ze zal de zieke de handen helpen wassen en het gebed voor het eten met hem bidden.  Dan giet ze de soep in het kommetje, legt het vlees op de schotel en plaatst dit alles op het tafeltje.  Ze nodigt de zieke vriendelijk uit om te eten in de naam van de Heer en van Maria.  Ze doet dit alles met liefde alsof het haar eigen zoon was.  Het is God die zegt dat je voor Hem doet wat je voor de armen doet.  Wanneer iemand de zieke gezelschap houdt, gaat ze naar een andere zieke.  Het laatst gaat zij naar hen die alleen zijn, opdat zij er het langst zou kunnen blijven”.

•       Voor Vincentius is het persoonlijk contact zeer belangrijk.  Hij wordt zelf meer en meer opgeslorpt door allerlei organisatorische verplichtingen, maar toch houdt hij bijna krampachtig vast om toch nog direct contact te kunnen houden mete de armen en de zieken.  In de film “Mr. Vincent” zal hij in een dialoog met kardinaal Richelieu zeggen:”Ik wil het gelaat zien van de arme die ik dien”, terwijl Richelieu daarop reageert dat het voor hem van geen belang is om te weten wie er sneuvelt op het slagveld.  De mensen zijn voor hem nummers geworden, pionnen op een schaakspel.  Voor Vincentius blijven het mensen waarmee hij direct contact wil houden.

•       Tenslotte gebruikt Vincentius graag de begrippen “affectieve” en “effectieve” liefde die door de heilige Franciscus van Sales zo treffend zijn omschreven in zijn “Introduction à la vie dévote”(“Inleiding tot het devote leven”).  Vincentius ziet de compassie als een uiting van affectieve liefde die moet overvloeien in concrete werken van barmhartigheid die hij als effectieve liefde omschrijft.  Maar hij stelt erbij dat de kwaliteit van onze effectieve liefde deze van onze affectieve liefde moet zijn.

Bij Vincentius is er eveneens een duidelijke band tussen de caritas en het gebed.  Hijzelf is een gebedsmens die dagelijks drie uur bidt.  Zijn stellling luidt dat we de andere maar echt kunnen liefhebben, wanneer we ons laten beschijnen door Gods liefde.  “Menselijkerwijs breng je daar niets van terecht, God moet er zelf tussenkomen.  Noch filosofie, noch theologie, noch mooie woorden hebben uitwerkingskracht in het diepe wezen van de mens.  Jezus Christus moet het met ons samen doen of liever, wij met Hem.  Laat ons handelen in en door Hem, laat ons spreken met zijn woorden en leven in zijn gezindheid.  Wees daarom open en ontvankelijk om je met zijn Geest te bekleden”.

Wordt vervolgd.

Verhoging van de fietsvergoeding woon- werkverkeer

Verhoging van de fietsvergoeding woon- werkverkeer

Een werknemer die het traject tussen zijn woon- en werkplaats met de fiets aflegt kan  sinds 1 januari 2010, een forfaitaire vergoeding ontvangen van de werkgever, vrijgesteld van inkomstenbelasting EN sociale zekerheidsbijdragen, overeenstemmend met 0,20 Euro per kilometer.

Nieuwe administratieve boete bij zwartwerk

Nieuwe administratieve boete bij zwartwerk

Bovenop de administratieve boete die wordt opgelegd aan de werkgever wanneer de werknemer niet ingeschreven is, voorziet de nieuwe programmawet van december 2009, sinds 1 januari 2010, een administratieve boete ten laste van de werknemer die kan oplopen van 500 tot 2.000 Euro, bovenop de andere sancties die ten opzichte van hem kunnen genomen worden.

Het is de eerste keer dat dergelijke maatregel genomen wordt, voorheen werd de werknemer enkel veroordeeld om de ten onrechte ontvangen sociale uitkeringen terug te betalen of werden de werkloosheidsuitkeringen tijdelijk of definitief ingetrokken.

Waarom bent u lid geworden van de Sint-Vincentiusvereniging ?

Waarom bent u lid geworden van de Sint-Vincentiusvereniging ?

Beste Medezuster, Beste Medebroeder,

Elk van ons, per toeval ter gelegenheid van een ontmoeting, een bezoek, hebben we gehoord : « Waarom help je mij ? », « Waarom maak je deel uit van de Sint-Vincentiusvereniging ? », « Waarom breng je mij een bezoek ? »

Waarom …… ? Moeilijke vragen, aarzelende antwoorden want heel dikwijls hebben we er nooit bij stilgestaan, voor ons was het vanzelfsprekend een mens te helpen, op een gegeven ogenblik van zijn leven, wanneer hij geconfronteerd werd met problemen, waarop hij op zich alleen de oplossing niet kon vinden. Vandaag, bij het lezen van dit editoriaal, stel ik voor dat u zich twee vragen stelt en dat u nadenkt over de antwoorden die in uw gedachten komen. Waarom heb ik mijn hele ziel gelegd in de hulp voor anderen ? Waarom heb ik de Sint-Vincentiusvereniging gekozen als inzetkeuze ?

Volgens mij, vinden de vragen een deel van hun antwoorden in twee waarden, twee gedragingen waarvan de definities heel dikwijls worden aanzien als synoniemen, Caritas en Filantropie. Evenwel, zelfs als deze twee gedragingen leiden tot dezelfde daden, steunen ze niet op dezelfde referenten die ze inspireren. Inderdaad, de Caritas verwijst duidelijk naar de wereld van het geloof, van het Christendom en naar het gebod dat Jezus ons naliet : «Bemin uw naasten ». In de geschiedenis, behoort Caritas tot een wereld waar God het centrum is van de denkwijze, de inspiratie van alle daden.

Filantropie daarentegen staat in verband met de geliefde opvatting van de filosofen uit de 18de eeuw, die de mens aanzagen als het centrum van de wereld, hun solidariteitsdaden rechtvaardigend door het gevoel van menselijke verbondenheid.
Bij het lezen van deze twee definities, is het duidelijk dat de vincentiaanse actie haar plaats heeft binnen de Caritas, hetgeen waarop Frédéric Ozanam de nadruk legde en zei : « De filantropie is een soort van invalide caritas, beroofd van haar fundamentele betekenis, de liefde van God ».

In zijn encycliek « Caritas in veritate » zegt Benedictus XVI ons hetzelfde, hij laat ons verstaan dat het God zelf is die ons aanzet om de armoede te verzachten en zegt « De aanblik van de lijdende mens beroert ons hart. Maar de caritatieve inzet heeft een betekenis die ver boven de eenvoudige filantropie staat. Het is God zelf die ons van binnenuit aanzet om de armoede te verzachten. Bijgevolg is het tenslotte Hemzelf die wij naar de lijdende wereld brengen. »

En de paus vervolgt « Deze activiteit, bovenop haar eerste zeer concrete betekenis om de naaste te helpen, bezit ook hoofdzakelijk diegene om de liefde van God die wij zelf kregen te delen met anderen. Ze moet in zekere zin God zichtbaar maken ».

Dus, beste Medebroeders, zoals onze stichter het ons vroeg en na hem ook Benedictus XVI, laat ons dragen, zweten, laat ons getuigen van deze liefde van God voor de kleinsten, de zwaksten onder ons.

Ziehier het antwoord op onze vragen, ziehier ook waarom, bij het aanvangen van onze vergaderingen het belangrijk is om ons hart uit te storten bij de Heer over het werk dat wij in Zijn naam verwezenlijken of anders, laat ons de filantropie toepassen, maar buiten de Sint-Vincentiusvereniging.

Léon Even