Browsed by
Month: oktober 2010

TIEN JAAR HUIZE NIEUWPOORT: 2000 – 2010

TIEN JAAR HUIZE NIEUWPOORT: 2000 – 2010

De Stuurgroep, vrijwilligers en gasten willen dit met u feestelijk vieren

in het Sint-Lievenscollege te Gent (ingang Volmolenstraat) op

zaterdag 20 november 2010 om 14 uur.

• Onthaal en verwelkoming (Michel Bourgois)

• “Wat bezielt er ons?” (Frank Grypdonck)

• “Huize Nieuwpoort: waar mensen en verhalen elkaar ontmoeten” (Jef Heynderycx)

• “Rosalie Niemand” (bewerking en voorstelling door Greet De Lathauwer)

• Receptie (rond 15:30 uur)

U gelieve uw deelname vóór 8 november te melden:

via e-mail: huize.nieuwpoort@telenet.be

of per telefoon: 09 329 90 10

of schriftelijk: Huize Nieuwpoort, Nieuwpoort 50 – 9000 Gent

Parkeergelegenheid op het schoolplein (ingang Volmolenstraat)

Vincent Depaul 1581(?)-1660

Vincent Depaul 1581(?)-1660

Vele mensen denken dat de Vincentiusvereniging gesticht werd door Vincent Depaul; anderen weten dat dit niet klopt: de stichter is inderdaad de zalige Frédéric Ozanam (1813-1853). Die koos Vincent als naamgever voor zijn beweging van nabijheid bij de mensen-in-armoede en steunde daarbij op de spiritualiteit van Vincent, die zowat tweehonderd jaar vroeger had geleefd.

Vincent was een boerenzoon uit de Landes in Frankrijk – een oud moerasgebied dat ten dele was ingepolderd en nu vooral uit bos bestaat. Zijn ouders hadden het niet breed; door hem naar het priesterschap te pousseren hoopten ze hun zoon te laten ontsnappen aan de doem van de armoede.

Een degelijke priesteropleiding was toen al door het Concilie van Trente voorzien maar nog niet gerealiseerd. Om priester te worden volstond een elementaire cursus Latijn en wat liturgische en theologische weetjes en vaardigheden. Met wat handigheid slaagde Vincent erin zich op 19-jarige leeftijd priester te laten wijden – hoewel de minimumleeftijd vijf jaar hoger was.

Zoals velen van zijn ambtgenoten toen was hij nauwelijks religieus en pastoraal bewogen: carrière was zijn doel. Dit lukte hem niet zo goed: hij ambieerde een betrekking als pastoor maar die werd hem door een rivaal voor de neus weggekaapt – al had hij daartoe een bedevaart naar Rome ondernomen. Uit nood aanvaardde hij een job in een jongensinternaat, stapelde schulden op, leed honger, moest op de loop voor zijn schuldeisers. Hij werd door zeerovers gevangen genomen en in Tunis als slaaf verkocht. Daar kwam hij in de dienst van een gewezen franciscaan, die moslim was geworden; hij overhaalde die zich te verzoenen met de kerk en samen keerden ze naar Frankrijk terug.

In 1608 werd hij pastoor in Parijs. Daar kwam hij in contact met de gemeenschap der Oratorianen en hun stichter De Bérulle. Dat bracht voor hem een hele bekering mee: van toen af was hij bezield door geestelijke en pastorale ijver en ging zijn hart uit naar de armen in zijn parochie. Hij verhuisde naar de parochie Clichy (toen bij, nu in Parijs). Door bemiddeling van zijn relaties werd hij hofaalmoezenier bij koningin Margarèthe de Valois. Hij stichtte de ‘Confrérie des Dames de la Charité’, een eerste organisatie voor armenhulp.

Later werd hij getroffen door het lot van de galeislaven en werd hun aalmoezenier. Hij nam het op voor de zieke slaven die in mensonwaardige omstandigheden in de forten werden gevangen gehouden.

Later zou hij nog drie congregaties stichten: de ‘Congrégation de la Mission’ (of lazaristen) en – samen met Louise de Marillac – de ‘Filles de la Charité’, de bekende zusters met het wapperende hoofddeksel. Zo wou hij de bijstand bij armen concreet vorm geven.

Zijn inzet voor armen kreeg vorm in een heel aantal initiatieven en stichtingen. Hij werd bekend en gewaardeerd in heel Frankrijk, tot aan het koninklijk hof. Toch was dit niet meer zijn zorg: zijn hart ging uit naar hen die in armoede leefden.

Zo is hij ook in de geschiedenis een begrip geworden – en een bron van inspiratie voor velen.

Frank Grypdonck