Browsed by
Month: april 2014

De Verrijzenis

De Verrijzenis

Piero_resurrection
Piero della Francesca, c.1454, Borgo San Sepolcro


TRADITIE

We vinden het verhaal van de verrijzenis, met enkele verchillen, terug in elk van de vier Evangelies, (Mt.28,1-10; Mc.16,1-8; Lc.24,1-9; Joh.20,1-18).

Na de sabbat, drie dagen na de dood van Jezus begeven de Heilige vrouwen zich voorzien van reukwerk naar het graf van Jezus om hem te balsemen. Onderweg vroegen zij zich af wie de zware steen die het graf afdekte, voor hen zou wegrollen. Daar aangekomen vonden ze het graf geopend , terwijl een jonge man in het wit gekleed hen aankondigde : “Gij zoekt Jezus van Nazareth, de gekruisigde : hij is verrezen”. Verrezen in de morgen van de eerste dag van de week, verschijnt Jezus vooreerst aan Maria Magdalena, die hem voor de tuinman aanziet.

Het christelijke Paasfeest herinnert aan de Opstanding van Christus: Dit Paasfeest is het voornaamste feest op de christelijke feestkalender: Het liturgisch jaar vertrekt vanuit , en is opgebouwd rond dit gebeuren.

HOE WORDT DIT GEBEUREN WEERGEGEVEN ?

In vroegchristelijke kerk, vinden we geen voorstelling van de Verrijzenis, maar die wordt op een symbolische wijze opgeroepen. In de IV°en de V° eeuw symboliseren het kruis met het monogram van Christus (beginletters van de naam) de overwinning van de Verrijzenis op de dood. Deze symbolische strekking , die eigen is aan christelijke meditatie, verdwijnt niet helemaal in de loop van de Middeleeuwen. In de Oostelijke Kerk is de zon vanaf de IX° eeuw het symbool van de Verrijzenis (Psalmboek van Utrecht v.930). In de XIV°eeuw, wordt de Verrezene voorgesteld door een verschijning badend in het licht; vanaf de XVI°eeuw wordt hij voorgesteld door een opgaande zon in een landschap. ( Altdorfer, 1518) Wenen, “Kunsthistorisches Museum”).

De Verrijzenis heeft een rijke geschiedenis in de iconografie. Men kan die chronologisch bestuderen of naar gelang de aard van de kunstwerken die in de traditie zijn blijven bestaan. De Psalmboeken en de getijdenboeken hebben daarin een lange traditie.

Het verloop van de gebeurtenis is blijkbaar pas aan bod gekomen in de XV° eeuw : Christus die het graf verlaat wordt van voren weergegeven, terwijl hij vaak de rechterhand opheft in een zegenend gebaar. Deze manier van voorstellen overheerst in de Duitse kunst vanaf de bloeitijd van de Middeleeuwen tot in de XIV °eeuw, en breidt zich verder uit in Italië in de XV°eeuw: Christus komt als overwinnaar uit het graf te voorschijn . (Piero della Francesca, v.1454, Pinacotheek van Borgo San Sepolcro).

Christus, van wie het uiteinde van de vlaggenstok rust op de bovenkant van het graf, tekent zich af op een landschap met de contouren van een zicht uit Toscane en Umbrië. Het graf vertoont de trekken van een altaar( zoals bij het tafereel van de Hemelvaart van Maria). Aan beide kanten van het graf zwaaien engelen voorzien van kaarsen met wierookpotten, waardoor een iconografisch verwant-schap wordt opgeroepen met de liturgische Paasdiensten.

Het streven naar realisme dat zich in de XIV° en de XV°eeuw doorzet, gaat gepaard met het uitvinden van het perspectief in de schilderkunst; het staat in verband met de bezorgdheid om het transcendente mysterie in het gebeuren te respecteren.

Het thema waarbij Christus boven het graf zweeft, verschijnt vanaf de XIV° eeuw in Italië, ontwikkelt zich tijdens de Renaissance en zet zich door tot in de XVII°en XVIII° eeuw. De kunstenaars gebruiken nu eens een hiëratische stijl, en dan weer eens een vrijere stijl. Het eerste gekende werk in Italië is een muurschildering (fresco) van Andrea da Firenze (1365, kerk Santa Maria Novella in Florence). Daarna nemen Ghiberti( Doopkapel Florence 1424) en Tintoretto (1587 Scuola di San Rocco in Venetië) , dit thema over.

Een weergave die typisch is voor de Renaissance toont Christus rechtop staande op het graf, vermoedelijk een vertolking van het Paasgebruik in de Middeleeuwen, waarbij een afbeelding van Christus werd geplaatst op het altaar.(Dürer, Passion 1512).
Het graf wordt vaak weergegeven  als een rotsachtige grot. In de XVII° en de XVIII° eeuw wordt deze voorstelling de bevoorrechte weergave als het symbool van de verheerlijking van Christus. Soms wordt Hij ook afgebeeld rechtopstaande voor het lege graf.

DE BEWAKERS BIJ HET GRAF (Mt.28,4)

Alhoewel ze alléén door Mattheus worden vermeld, komen de bewakers slechts in een klein aantal (2 of 3) voor in de werken van de bloeitijd van de Middeleeuwen. Ze zijn ingedommeld.  Vanaf de XIV° eeuw  zijn ze groter in aantal en nemen ze een belangrijkere plaats in. Verblind door het intense licht van de Verschijning, zijn ze bevangen door de schrik. Vanaf de XV° eeuw worden hun houdingen en gebaren meer en meer pathetisch. De bewakers anachronistisch gekleed. De kleren en de wapens die ze dragen zijn meer en meer ontleend aan die uit de tijd van de kunstenaars zelf (Noël Coypel, Verrijzenis van Christus, 1700, Rennes).

Coypel_Resurrection
Noël Coypel, Verrijzenis van Christus, 1700, Rennes

Bron: Naar “La Bible et les Saints, Guide Iconographique”, Flammarion, 1990.

 

Enkele bemerkingen in verband met de “OPSTANDING VAN CHRISTUS” van Piero della Francesca,
Borgo San Sepolcro, Pinacoteca Comunale.

Christus houdt in zijn hand een wit vaandel versierd met een rood kruis, het symbool van de Opstanding. Pierro della Francesca heeft gekozen voor een statische voorstelling die stilzwijgend en alleenstaand wordt uitgebeeld, zonder de aanwezigheid van ook maar één hemels wezen. Christus staat onbeweeglijk in een frontale houding : de verrijzenis betekent een radicale ommekeer in de geschiedenis van de mensheid, die erdoor in twee periodes wordt ingedeeld: voor en na de Verrijzenis.

De weergave van de sarcofaag is hier belangrijk: Pierro della Francesca  heeft die muurschildering gemaakt voor  zijn geboortestad, Borgo San Sepolcro,waarvan zowel de naam als en het wapen verwijzen naar het graf van Christus. De vier soldaten zijn diep ingeslapen. Het landschap op het fresco dat deels kaal , deels vol groen is, verbeeldt de opstanding uit de zonden en het begin van het nieuwe leven dat aan de wereld werd geschonken bij de Verrijzenis van Christus.

Bron: Stefano Suffi, “Le Nouveau Testament, Repères iconographiques”, Hazan , 2003