Browsed by
Category: VOSPI

Vincentiaans Vormingswerk – Woensdag 19/04/17 – Groenhove

Vincentiaans Vormingswerk – Woensdag 19/04/17 – Groenhove

Uitnodiging


aan mensen die meer voeling willen krijgen voor de Vincentiaanse boodschap.

Vanuit de tweevoudige doelstelling:

• de spiritualiteit van Vincent Depaul beter leren kennen en beleven

• elkaar daarin ontmoeten en bemoedigen

wordt u uitgenodigd op de Vincentiusdag, woensdag 19 april 2017.

Alle info in de Folder_VincentiusDag

en Formulier_VincentiusDag

 

De Verrijzenis

De Verrijzenis

Piero_resurrection
Piero della Francesca, c.1454, Borgo San Sepolcro


TRADITIE

We vinden het verhaal van de verrijzenis, met enkele verchillen, terug in elk van de vier Evangelies, (Mt.28,1-10; Mc.16,1-8; Lc.24,1-9; Joh.20,1-18).

Na de sabbat, drie dagen na de dood van Jezus begeven de Heilige vrouwen zich voorzien van reukwerk naar het graf van Jezus om hem te balsemen. Onderweg vroegen zij zich af wie de zware steen die het graf afdekte, voor hen zou wegrollen. Daar aangekomen vonden ze het graf geopend , terwijl een jonge man in het wit gekleed hen aankondigde : “Gij zoekt Jezus van Nazareth, de gekruisigde : hij is verrezen”. Verrezen in de morgen van de eerste dag van de week, verschijnt Jezus vooreerst aan Maria Magdalena, die hem voor de tuinman aanziet.

Het christelijke Paasfeest herinnert aan de Opstanding van Christus: Dit Paasfeest is het voornaamste feest op de christelijke feestkalender: Het liturgisch jaar vertrekt vanuit , en is opgebouwd rond dit gebeuren.

HOE WORDT DIT GEBEUREN WEERGEGEVEN ?

In vroegchristelijke kerk, vinden we geen voorstelling van de Verrijzenis, maar die wordt op een symbolische wijze opgeroepen. In de IV°en de V° eeuw symboliseren het kruis met het monogram van Christus (beginletters van de naam) de overwinning van de Verrijzenis op de dood. Deze symbolische strekking , die eigen is aan christelijke meditatie, verdwijnt niet helemaal in de loop van de Middeleeuwen. In de Oostelijke Kerk is de zon vanaf de IX° eeuw het symbool van de Verrijzenis (Psalmboek van Utrecht v.930). In de XIV°eeuw, wordt de Verrezene voorgesteld door een verschijning badend in het licht; vanaf de XVI°eeuw wordt hij voorgesteld door een opgaande zon in een landschap. ( Altdorfer, 1518) Wenen, “Kunsthistorisches Museum”).

De Verrijzenis heeft een rijke geschiedenis in de iconografie. Men kan die chronologisch bestuderen of naar gelang de aard van de kunstwerken die in de traditie zijn blijven bestaan. De Psalmboeken en de getijdenboeken hebben daarin een lange traditie.

Het verloop van de gebeurtenis is blijkbaar pas aan bod gekomen in de XV° eeuw : Christus die het graf verlaat wordt van voren weergegeven, terwijl hij vaak de rechterhand opheft in een zegenend gebaar. Deze manier van voorstellen overheerst in de Duitse kunst vanaf de bloeitijd van de Middeleeuwen tot in de XIV °eeuw, en breidt zich verder uit in Italië in de XV°eeuw: Christus komt als overwinnaar uit het graf te voorschijn . (Piero della Francesca, v.1454, Pinacotheek van Borgo San Sepolcro).

Christus, van wie het uiteinde van de vlaggenstok rust op de bovenkant van het graf, tekent zich af op een landschap met de contouren van een zicht uit Toscane en Umbrië. Het graf vertoont de trekken van een altaar( zoals bij het tafereel van de Hemelvaart van Maria). Aan beide kanten van het graf zwaaien engelen voorzien van kaarsen met wierookpotten, waardoor een iconografisch verwant-schap wordt opgeroepen met de liturgische Paasdiensten.

Het streven naar realisme dat zich in de XIV° en de XV°eeuw doorzet, gaat gepaard met het uitvinden van het perspectief in de schilderkunst; het staat in verband met de bezorgdheid om het transcendente mysterie in het gebeuren te respecteren.

Het thema waarbij Christus boven het graf zweeft, verschijnt vanaf de XIV° eeuw in Italië, ontwikkelt zich tijdens de Renaissance en zet zich door tot in de XVII°en XVIII° eeuw. De kunstenaars gebruiken nu eens een hiëratische stijl, en dan weer eens een vrijere stijl. Het eerste gekende werk in Italië is een muurschildering (fresco) van Andrea da Firenze (1365, kerk Santa Maria Novella in Florence). Daarna nemen Ghiberti( Doopkapel Florence 1424) en Tintoretto (1587 Scuola di San Rocco in Venetië) , dit thema over.

Een weergave die typisch is voor de Renaissance toont Christus rechtop staande op het graf, vermoedelijk een vertolking van het Paasgebruik in de Middeleeuwen, waarbij een afbeelding van Christus werd geplaatst op het altaar.(Dürer, Passion 1512).
Het graf wordt vaak weergegeven  als een rotsachtige grot. In de XVII° en de XVIII° eeuw wordt deze voorstelling de bevoorrechte weergave als het symbool van de verheerlijking van Christus. Soms wordt Hij ook afgebeeld rechtopstaande voor het lege graf.

DE BEWAKERS BIJ HET GRAF (Mt.28,4)

Alhoewel ze alléén door Mattheus worden vermeld, komen de bewakers slechts in een klein aantal (2 of 3) voor in de werken van de bloeitijd van de Middeleeuwen. Ze zijn ingedommeld.  Vanaf de XIV° eeuw  zijn ze groter in aantal en nemen ze een belangrijkere plaats in. Verblind door het intense licht van de Verschijning, zijn ze bevangen door de schrik. Vanaf de XV° eeuw worden hun houdingen en gebaren meer en meer pathetisch. De bewakers anachronistisch gekleed. De kleren en de wapens die ze dragen zijn meer en meer ontleend aan die uit de tijd van de kunstenaars zelf (Noël Coypel, Verrijzenis van Christus, 1700, Rennes).

Coypel_Resurrection
Noël Coypel, Verrijzenis van Christus, 1700, Rennes

Bron: Naar “La Bible et les Saints, Guide Iconographique”, Flammarion, 1990.

 

Enkele bemerkingen in verband met de “OPSTANDING VAN CHRISTUS” van Piero della Francesca,
Borgo San Sepolcro, Pinacoteca Comunale.

Christus houdt in zijn hand een wit vaandel versierd met een rood kruis, het symbool van de Opstanding. Pierro della Francesca heeft gekozen voor een statische voorstelling die stilzwijgend en alleenstaand wordt uitgebeeld, zonder de aanwezigheid van ook maar één hemels wezen. Christus staat onbeweeglijk in een frontale houding : de verrijzenis betekent een radicale ommekeer in de geschiedenis van de mensheid, die erdoor in twee periodes wordt ingedeeld: voor en na de Verrijzenis.

De weergave van de sarcofaag is hier belangrijk: Pierro della Francesca  heeft die muurschildering gemaakt voor  zijn geboortestad, Borgo San Sepolcro,waarvan zowel de naam als en het wapen verwijzen naar het graf van Christus. De vier soldaten zijn diep ingeslapen. Het landschap op het fresco dat deels kaal , deels vol groen is, verbeeldt de opstanding uit de zonden en het begin van het nieuwe leven dat aan de wereld werd geschonken bij de Verrijzenis van Christus.

Bron: Stefano Suffi, “Le Nouveau Testament, Repères iconographiques”, Hazan , 2003

 

God zoeken en vinden

God zoeken en vinden

Paus_Franciscus

 

 

Als iemand met volle overtuiging zegt dat hij God ontmoet heeft en dat er geen enkele twijfel is, dan klopt er iets niet.  Dat is voor mij een belangrijke aanwijzing.  Als iemand een antwoord heeft op alle vragen, is dat voor mij het bewijs dat God niet met hem is.  Dit wil zeggen dat het een valse profeet is die de religie in zijn voordeel gebruikt.  De grote gidsen van het volk Gods, zoals Mozes, hebben altijd ruimte gelaten voor twijfel.  Als men ruimte moet laten voor de Heer, en niet voor onze vaste overtuigingen, wil dat zeggen dat we bescheiden moeten zijn.  Het risico om God overal te zoeken en hem overal te vinden is dus het verlangen om te veel te expliciteren en met menselijke zekerheid en arrogantie te zeggen : « God is hier. »  We zullen slechts een God vinden op onze maat.  De juiste instelling is die van Sint Augustinus : God zoeken om hem te vinden en hem vinden om hem steeds te zoeken.
Ons leven is ons niet gegeven als  een operalibretto waarin alles geschreven staat ; het leven bestaat erin te wandelen, zich te ontwikkelen, te handelen, te zoeken en te begrijpen.  Men moet binnengaan in het avontuur van de zoektocht, de ontmoeting en zich laten zoeken en ontmoeten door God.
Wat mij betreft, ik heb een dogmatische zekerheid.  God is aanwezig in het leven van elke mens.  God is aanwezig in het leven van iedereen.  Zelfs als het leven van een mens een complete mislukking is geweest, verwoest door slechte gewoontes zoals drugs of iets anders, is God aanwezig in zijn leven.  Men kan en moet hem zoeken in elk mensenleven.  Zelfs als het leven van een mens een terrein vol doornen en onkruid is, blijft het een plaats waar het goede zaad kan groeien.  Men moet vertrouwen hebben in God.
 
Paus Franciscus

(Aan de culturele tijdschriften der jezuïeten)

 

De dood overwonnen

De dood overwonnen

De dood overwonnen

niets hield U gebonden

U rees uit het graf

en stond op uit de dood.

Niets kan ons nog scheiden

geen dood en geen lijden

U hebt in ons leven

het laatste woord.

De kloof is verdwenen

ons wacht eeuwig leven

een leven met Hem

in Gods heerlijkheid.

Blijf niet staan bij dat graf

want daar is Hij niet meer

Jezus leeft en wij met Hem

dat is genade van onze Heer.

Anon.

Beeld: Tintoretto – 1581

Toon Mijn liefde

Toon Mijn liefde

 

Aan de maaltijd wordt het stil,
als de Meester knielen wil,
en vol liefde als een knecht
elk apart de voeten wast
en zegt:
Dit is wat Ik wil dat jullie doen,
dit is waarom Ik bij jullie neerkniel.
Dit is hoe mijn kerk behoort te zijn,
dit is wat de wereld ziet van Mij,
als je Mij gaat volgen.
Toon mijn liefde aan de ander,

dien de ander,
zo heb Ik ook jou liefgehad.
Heb elkaar lief, wat er ook gebeurt,
dien de ander,
zo heb Ik ook jou liefgehad.In de wereld wordt het stil,
als wij doen wat Jezus wil
en gaan dienen als een knecht,
zoals Hij ons heeft gezegd.
Hij zei:

Dit is wat Ik wil dat jullie doen,
dit is waarom Ik bij jullie neerkniel.
Dit is hoe mijn kerk behoort te zijn,
dit is wat de wereld ziet van Mij,
als je Mij gaat volgen.

 

uit “Opwekking”

beeld: Meister des Hausbuches – Rheinpfalz 1470-1505


 

Paaswens

Paaswens

De bloemen in hun kwetsbaarheid,

de vogels vanuit heggen

en in lichte kruinen

zingen volmondig: halleluja !

Want dood heeft niet

het laatste woord gekregen.

De nevel om ons heen trekt op.

En er ontkiemt iets in ons hart

wanneer wij op terugweg

van het graf

elkaar terugvinden.

En de bestorven woorden

in ons laten spreken.

over liefde

die het ultieme antwoord blijft.

Over het wondere vermogen

dat in elke mens is neergelegd

om op te staan.

Met een vertrouwen

sterker dan de vrees.

Want Hij, die mens van hoop, is hier.

Onder de levenden.

Kris Gelaude

… en de ‘schellen’ vielen me van de ogen

… ik vond ‘mijn’ rode draad terug

dankzij mensen die ondanks de stank

toch de zwachtels weg namen …

toen en nu …

Jef

Vincent Depaul 1581(?)-1660

Vincent Depaul 1581(?)-1660

Vele mensen denken dat de Vincentiusvereniging gesticht werd door Vincent Depaul; anderen weten dat dit niet klopt: de stichter is inderdaad de zalige Frédéric Ozanam (1813-1853). Die koos Vincent als naamgever voor zijn beweging van nabijheid bij de mensen-in-armoede en steunde daarbij op de spiritualiteit van Vincent, die zowat tweehonderd jaar vroeger had geleefd.

Vincent was een boerenzoon uit de Landes in Frankrijk – een oud moerasgebied dat ten dele was ingepolderd en nu vooral uit bos bestaat. Zijn ouders hadden het niet breed; door hem naar het priesterschap te pousseren hoopten ze hun zoon te laten ontsnappen aan de doem van de armoede.

Een degelijke priesteropleiding was toen al door het Concilie van Trente voorzien maar nog niet gerealiseerd. Om priester te worden volstond een elementaire cursus Latijn en wat liturgische en theologische weetjes en vaardigheden. Met wat handigheid slaagde Vincent erin zich op 19-jarige leeftijd priester te laten wijden – hoewel de minimumleeftijd vijf jaar hoger was.

Zoals velen van zijn ambtgenoten toen was hij nauwelijks religieus en pastoraal bewogen: carrière was zijn doel. Dit lukte hem niet zo goed: hij ambieerde een betrekking als pastoor maar die werd hem door een rivaal voor de neus weggekaapt – al had hij daartoe een bedevaart naar Rome ondernomen. Uit nood aanvaardde hij een job in een jongensinternaat, stapelde schulden op, leed honger, moest op de loop voor zijn schuldeisers. Hij werd door zeerovers gevangen genomen en in Tunis als slaaf verkocht. Daar kwam hij in de dienst van een gewezen franciscaan, die moslim was geworden; hij overhaalde die zich te verzoenen met de kerk en samen keerden ze naar Frankrijk terug.

In 1608 werd hij pastoor in Parijs. Daar kwam hij in contact met de gemeenschap der Oratorianen en hun stichter De Bérulle. Dat bracht voor hem een hele bekering mee: van toen af was hij bezield door geestelijke en pastorale ijver en ging zijn hart uit naar de armen in zijn parochie. Hij verhuisde naar de parochie Clichy (toen bij, nu in Parijs). Door bemiddeling van zijn relaties werd hij hofaalmoezenier bij koningin Margarèthe de Valois. Hij stichtte de ‘Confrérie des Dames de la Charité’, een eerste organisatie voor armenhulp.

Later werd hij getroffen door het lot van de galeislaven en werd hun aalmoezenier. Hij nam het op voor de zieke slaven die in mensonwaardige omstandigheden in de forten werden gevangen gehouden.

Later zou hij nog drie congregaties stichten: de ‘Congrégation de la Mission’ (of lazaristen) en – samen met Louise de Marillac – de ‘Filles de la Charité’, de bekende zusters met het wapperende hoofddeksel. Zo wou hij de bijstand bij armen concreet vorm geven.

Zijn inzet voor armen kreeg vorm in een heel aantal initiatieven en stichtingen. Hij werd bekend en gewaardeerd in heel Frankrijk, tot aan het koninklijk hof. Toch was dit niet meer zijn zorg: zijn hart ging uit naar hen die in armoede leefden.

Zo is hij ook in de geschiedenis een begrip geworden – en een bron van inspiratie voor velen.

Frank Grypdonck

Voedsel zijn voor mekaar

Voedsel zijn voor mekaar

Hier staat een tafel waaraan ons wordt voorgedaan,

hoe wij genezen van heersen en misverstaan

De ontmoeting met de arme doet een wereld opengaan.

Het geheim van de ontmoeting is de eenvoud.

Het geheim van de eenvoud is de dienstbaarheid,

het geheim van de dienstbaarheid is de aanwezigheid

en het geheim van de aanwezigheid is de eerbied.

Het is de eerbied voor je medemens die je uit jezelf haalt.

Dan pas kun je echt naar de andere toe gaan en bij hem blijven.

Door bij elkaar te zijn leer je elkaar kennen

en ben je beschikbaar voor elkaar.

Dat is echte dienstbaarheid met concrete zorg

voor elkaar, heel hartelijk en eenvoudig,

zonder hoogmoed of prestatiezicht.

Het Evangelie zegt dat we het vlug moeten doen

ga de straat op, de stegen van de stad in

om hen uit te nodigen voor het feest (Luc. 14,21).

De vriendschap met de arme

Uit “Gelukkige mensen” van Frans Van Steenbergen. (Lannoo, 1993)

Vincentius achterna in zijn liefde, compassie, barmhartigheid en professionaliteit. (2/4)

Vincentius achterna in zijn liefde, compassie, barmhartigheid en professionaliteit. (2/4)

Goede vrienden,

Ook in deze tweede aflevering naar aanleiding van de 350°verjaardag van het overlijden van de Heilige Vincent Depaul ,volgen wij met veel dankbare aandacht de gedachten van Broeder René Stockman, Generaal overste van de Broeders van Liefde.

Tegelijk mogen we onszelf niet verliezen in de actie maar voldoende tijd blijven nemen om geestelijk op peil te blijven.  Onze naastenliefde moet gevoed blijven worden met Godsliefde.  “We moeten ons helemaal aan God overgeven om deze waarheid goed tot ons door te laten dringen zodat ons hele doen en laten erdoor bepaald wordt.  God heeft ons uitgekozen als  instrumenten van zijn onmetelijke vaderliefde”.

Voor Vincentius dienen de Martha en de Maria uit het evangelie mekaar te ontmoeten.  Hij is zowel Martha als Maria. “Leven volgens het evangelie betekent enerzijds in stilte, gebed en bezinning voor zichzelf inzicht en kracht opdoen, om dan naar de mensen toe te gaan en hen te laten delen in dat geestelijk voedsel.  Het komt er op aan de levenshouding van Martha en die van Maria beide in praktijk te brengen.

“We moeten God liefhebben, maar laat het gebeuren met de krachtinspanning van onze armen en in het zweet van ons aanschijn.  Neen, laten we onszelf niet voor de gek houden: onze hele taak bestaat uit handelen”. Deze eenheid tussen bidden en handelen, deze relatie tussen beide, waarbij de caritas haar ware bron vindt in het gebed, draait Vincentius ook om, omdat hij uiteindelijk de hoogste prioriteit geeft aan de caritas.  Caritas komt altijd eerst, maar aangezien caritas niet kan bestaan zonder gebed, moet het gebed aan de basis liggen.  Maar caritas wordt ook gebed en is gebed juist omwille van die onverbreekbare band tussen de twee.  “De dienst aan de armen moet de hoogste prioriteit hebben en kan geen uitstel lijden.  Als dus in de tijd die voor het gebed is vastgesteld, een geneesmiddel moet worden gebracht aan iemand die daar om verlegen is, of op andere wijze hulp moet worden geboden, doe dat dan gerust en draag het aan God op alsof je het gebed niet onderbrak.  En wees niet ongerust omdat je vanwege de dienst aan de armen het gebed zou hebben verwaarloosd.  Men verwaarloost God niet als men hem om zijnentwil verlaat.  Wanneer men dus het gebed omwille van een arme afbreekt, bedenk dan dat dit juist dienst aan God is.  De liefde, waar alles op georiënteerd moet zijn, staat boven de reglementen.  De liefde is de meesteres.  Dus moet men alles doen wat zij beveelt”.  Dat is wel één van de sterkste Vincentiaanse teksten, waaruit het “God om God verlaten” is ontstaan.  Voor Vincentius is het duidelijk dat Jezus die in het tabernakel aanwezig is, ook aanwezig is in de arme, want hij ziet de arme als de icoon van Jezus.

Tenslotte vermelden we hier nog het belang dat Vincentius hechtte aan samenwerking.  Hij verstond de kunst om anderen aan te zetten om in zijn projecten te treden, om mee die revolutie van de caritas waar te maken.  Hij roept rijke dames op om hun salon te verlaten en soep te gaan delen aan de armen.  Zo ontstaan zijn caritasverenigingen.  Voor zijn volksmissies spreekt hij jonge mannen aan en legt daarmee de basis van de congregatie van de Missie.  En voor de Dochters der Liefde doet hij beroep op Louise de Marillac en graag herinnert hij zich dat boerenmeisje Marguerite Naseau die hem tot de idee bracht dat hij alleen maar met de armen de armen echt kan dienen.

Vincentius slaagde erin wel als eerste in zijn tijd om aan vrouwen en leken een volwaardige plaats te geven in de Kerk door hen grote verantwoordelijkheden toe te vertrouwen.

We mogen stellen dat Vincentius a Paulo een grote dienst heeft bewezen aan de Kerk, aan de maatschappij, en met de wijze waarop hij zijn ideeën gestalte gaf tot op vandaag richtinggevend en inspirerend is voor velen.

Wat is caritas?

Het uitgangspunt van de caritas  is het liefdesgebod van Jezus zoals Hij dit formuleerde als antwoord op de vraag van de Farizeeën wat het voornaamste gebod is in de Wet: “Gij zult de Heer uw God beminnen met geheel uw hart, geheel uw ziel en geheel uw verstand. Dit is het voornaamste en eerste gebod. Het tweede, daarmee gelijkwaardig: Gij zult uw naaste beminnen als uzelf. Aan deze twee geboden hangt heel de Wet en de Profeten” (Mt. 22, 37-40). Doe dit, en ge zult leven … ten volle leven!

In deze tekst wordt verwezen naar de Wet en de Profeten. We zouden kunnen zeggen dat het liefdesgebod zijn wortels vindt in de Wet en bij de Profeten. In de Torah lezen we inderdaad dat we de armen niet mogen veronachtzamen, want God staat aan hun kant (Deut. 15, 1-11). En er wordt ook verwezen naar de specifieke categorieën die onze aandacht verdienen: wezen, weduwen, vreemdelingen, levieten.

De Profeten nu geven stem aan wat in de Torah staat. We lezen bij Jesaja 58, 6-7: “Is dit niet de vasten zoals ik verkies: boosaardige boeien losmaken,de banden van het juk losmaken, de onderdrukten hun vrijheid hergeven,en alle jukken doorbreken? Is vasten niet dit: uw brood delen met wie honger heeft; arme zwervers opnemen in uw huis; de naakte kleden die u ziet en u niet onttrekken aan de zorg voor uw broeder?”

Ook Ezechiël 18, 5-9: in dezelfde zin een aantal aansporingen: “Als iemand rechtvaardig is en handelt naar wet en recht, geen offermaal houdt op de bergen en zijn ogen niet opslaat naar de afgoden van het volk Israël, andermans vrouw niet onteert en geen gemeenschap heeft met een vrouw in haar stonden, niemand verdrukt, aan de schuldenaar het onderpand teruggeeft en zich andermans goed niet toeëigent, zijn voedsel met de hongerigen deelt en de naakte kleding verschaft, niet uitleent tegen rente, geen woekerwinst neemt, zich van onrecht onthoudt en een eerlijk vonnis velt tussen twee partijen, naar mijn voorschriften leeft en nauwgezet mijn geboden onderhoudt: dan blijft deze rechtvaardige in leven, godsspraak van de Heer God.”

In het boek Tobit, het boekje bij uitstek vol goede werken, lezen we nog: “Deel je brood met de hongerige en je kleren met de naakte. Besteed alles wat je overhebt zonder enige jaloezie aan aalmoezen. Leg je brood op het graf van de rechtvaardige maar geef het niet aan de zondaars” (Tobit 4, 16-17).

Jezus zal deze profetische teksten gebruiken wanneer Hij de vraag krijgt van de leerlingen van Johannes of Hij de te verwachten Messias is: “Blinden zien weer, kreupelen lopen, melaatsen worden gereinigd en doven horen, doden staan op en aan armen wordt de blijde boodschap verkondigd” (Mt. 11, 5).

Heel de zaak van de naastenliefde bij Jezus is dan ook terug te brengen en is te kaderen in het liefdesgebod. Dus alles wat Jezus zegt en doet met betrekking tot de naastenliefde moeten we lezen in het licht van Mt. 22, 37-40 en ligt in het verlengde van de Wet en de Profeten. Dit liefdesgebod en meer specifiek de naastenliefde wordt door Jezus zelf geconcretiseerd in de werken van barmhartigheid. We vinden ze uitgedrukt in een aantal teksten. Bij de zending van de apostelen horen we Jezus zeggen: “Genees zieken, wek doden op, reinig melaatsen en drijf demonen uit. Voor niets hebben jullie gekregen, voor niets moet je geven” – Mt. 10, 8 – “Jezus ging de berg op. Er kwamen veel mensen naar hem toe met kreupelen, blinden, verminkten, stommen en nog veel anderen bij zich; ze legden die aan zijn voeten neer, en Hij genas hen” (Mt. 15, 30-31).

De opsomming in Mt. 25 van de oordeelscriteria vormen de eigenlijke basis van de werken van barmhartigheid. Jezus besluit met een zeer merkwaardige zin: “Al wat ge gedaan hebt voor één van deze geringsten hebt ge voor Mij gedaan.” Deze zin is slechts te begrijpen in het licht van het liefdesgebod, waar ook de liefde tot God, tot de naaste en tot zichzelf op dezelfde lijn wordt geschreven. We willen even dit drievoudige liefdesgebod ontleden.

Wordt vervolgd.